Je hield de liftdeur open. Ze kwamen niet.
Je wachtte. Zij zwaaiden. Jullie deden allebei alsof dat normaal was.
Wacht op iedereen. Iedereen loopt de andere kant op.
Zeven vragen. Nul wetenschap.
Je wachtte. Zij zwaaiden. Jullie deden allebei alsof dat normaal was.
Vier keer. Niemand ging erdoor. De deur ging vanzelf dicht.